Heterostellen

Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 7 paren problemen ervaren bij het krijgen van kinderen. We verwelkomen veel mensen met fertiliteitsproblemen die we met raad en daad bijstaan. In het onderzoek kijken we naar de reden van het uitblijven van een zwangerschap en naar jullie kansen waarna we in overleg met jullie tot een behandeling kunnen overgaan.

Voor heterostellen kan de oorzaak van verminderde vruchtbaarheid zowel bij de man als bij de vrouw liggen. Soms blijkt het een combinatie van factoren. We vinden ongeveer net zo vaak een mannelijke factor, als een vrouwelijke factor. De vruchtbaarheid van de een hangt ook samen met die van de ander, daarom beschouwen wij hun beiden als patiënt.

Wanneer de zaadkwaliteit onvoldoende is, spreken we over een mannelijke factor. Wanneer de cyclus niet goed verloopt of er 2 eileiders afgesloten blijken, spreken we over een vrouwelijke factor. Wanneer we de onvervulde kinderwens na onderzoek niet kunnen verklaren, spreken van een onverklaarde of onbegrepen kinderwens. Dit betreft ongeveer 30% van de paren.

Onze behandelingen

Voor ieder stel een persoonlijke aanpak.

Ik weet niet welke behandeling ik nodig heb

Kom in contact

Feiten & cijfers

75%

75% van de stellen met vruchtbaarheidsproblemen wordt uiteindelijk zwanger

40,2%

IVF/ICSI per cyclus in 2019 landelijk cijfer 40,2% succespercentage

>10.000 kinderen

Meer dan 10.000 kinderen geboren met behulp van CVB Tilburg met IVF/ICSI/CRYO

Onderzoek en eigen kansen

Om achter de oorzaak van de verminderde vruchtbaarheid te komen, wordt gestart met een Oriënterend FertiliteitsOnderzoek (OFO). Dit onderzoek duurt gemiddeld twee maanden en geeft inzicht waar jullie problemen vandaan komen. Via een vragenlijst en diverse onderzoeken worden verschillende onderdelen met jullie besproken. Denk aan:

  • onderzoek van de kwaliteit van het sperma
  • onderzoek van de baarmoeder, eileiders en buikholte
  • geslachtsgemeenschap
  • leefstijlfactoren, zoals leeftijd, roken en gewicht

Na afronding van het oriënterend fertiliteitsonderzoek berekenen we aan de hand van de Hunaultformule hoeveel kans jullie hebben op een spontane zwangerschap tijdens het komende jaar. De arts bespreekt dit uitvoerig met jullie. In overleg besluiten jullie samen wat de beste vervolgstap is: afwachten of een bepaalde behandeling starten.

Omdat zaadcellen langer overleven dan eicellen, geeft gemeenschap voor de eisprong een aanzienlijk hogere kans op zwangerschap dan na de eisprong. Om de kansen zo goed mogelijk te benutten, is het advies bij een regelmatige cyclus van 28 dagen vanaf ongeveer cyclusdag 12 zo’n vier keer om de dag gemeenschap te hebben. Bij een langere cyclus van bijvoorbeeld 30 dagen, verschuift het advies dan naar een start op ongeveer cyclusdag 14 en bij een kortere cyclus juist naar voren.